Een Bleek Huis

            In Een Bleek Huis the first group show of W139’s new director Jean Bernard Koeman a group of artists are framed within the context of a fabricated representation of a House. The house poses the question and possibility of how art is contextualized, and its relationship to the private space of utopian suburban living.   Instead of creating a discourse for this private suburban space, Koeman’s conceptual home becomes just another gallery in disguise. The potential within this concept of presenting various works by artists through a domestic framework seems vast, and exciting, but seems to fall short in what is actually presented within this show.   Is the viewer supposed to suspend their belief to the point where they actually think and act as if they were in a domestic setting, responding to the art? If so where is all the furniture, the books, the framed family portraits, the trash, the food, the plants, the personal items, the shower, and the kitchen sink, which is normally found in one’s house, instead of art feigning as this. The potential for the overlap of the works presented in Koeman’s home seems to be the most interesting aspect of this group show. The viewer’s ability to look in at works through holes in the walls sets up a possibility for different reads of the art, but because they are just holes and not windows the feeling of a voyeuristic relationship to the art fails. Where is the glass, the blinds, the curtains, or the front door?   The viewer never escapes the position of being in an art gallery looking at art. Not that looking at art in a gallery is negative, but this seems to close down the potential for the works framed in this context. This Home becomes nothing more than a pictorial reference, that doesn’t supersede its didactic representation as concept. The possibility to view the house as sculpture in relationship to the objects inside it falls apart due to the stereotypicalness and lack of physicalness in the way the work is presented.   Nothing really grabs the viewer visually or spatially, and nothing seems to escape the banal representation of a Home. The most powerful feeling is the emptiness of the gallery, with the Home centered in the middle. This emptiness makes the viewer aware of the gallery itself and brings it into question.   Even though most of the work never escape the patriarchal hierarchy. Of Komeman’s concept Home, the viewer becomes aware of how works are recontextualized within this public space.   In Een Bleek Huis there is potential of presenting visual images within a transgressive context, so that the viewer interaction is maximized and the work takes over the concept. Instead this show becomes another example of when the concept takes precedent over the visual image that the viewer is left to negioiate with.

                                                                                                Jay Evaristo Batlle 1998

In Een Bleek Huis is de eerste groepstentoonstelling van W139’s nieuwe regisseur Jean Bernard Koeman een groep kunstenaars ingelijst in de context van een verzonnen voorstelling van een huis. De huizen stellen de vraag en de mogelijkheid van hoe kunst gecontextualiseerd wordt, en haar relatie tot de privéruimte van het utopische leven in de voorsteden. In plaats van een discours te creëren voor deze privéruimte in een buitenwijk, wordt het conceptuele huis van Koeman gewoon een vermomde galerij. Het potentieel in dit concept van het presenteren van verschillende werken van kunstenaars via een huiselijk kader lijkt enorm en opwindend, maar lijkt te kort te schieten in wat er in deze serie wordt gepresenteerd. Verbeeldt de kijker hun geloof op te schorten tot het punt waarop ze werkelijk denken en handelen alsof ze zich in een dometic setting bevinden, reagerend op de kunst. Zo ja, waar zijn alle meubels, de boeken, de ingelijste familieportretten, de vuilnis, het eten, de planten, de persoonlijke spullen, de douche en de gootsteen, die normaal in het huis te vinden is, in plaats van kunstgunnen als deze. Het potentieel voor de overlapping van de werken gepresenteerd in het huis van Koeman lijkt het meest intressante aspect van deze groepsshow te zijn. Het vermogen van de toeschouwer om door gaten in de muren naar binnen te kijken, biedt een mogelijkheid tot verschillende lectuur van de kunst, maar omdat het slechts gaten zijn en geen vensters, faalt het gevoel van een voyeuristische relatie tot de kunst. IWaar is het glas, de jaloezieën, de gordijnen of de voordeur. De toeschouwer ontsnapt nergens aan de positie om in een kunstgalerie naar kunst te kijken. Niet dat het kijken naar kunst in een galerie negatief is, maar dit lijkt het potentieel voor de werken die in deze context zijn ingelijst te sluiten. Dit Huis wordt niets meer dan een picturale referentie, die niet de didactische representatie als concept vervangt. De mogelijkheid om het huis als sculptuur te beschouwen in relatie tot de objecten erin, valt uiteen als gevolg van de stereotypenheid en het gebrek aan lichamelijkheid in de manier waarop het werk wordt gepresenteerd. Niets grijpt de kijker visueel of ruimtelijk, en niets lijkt aan de banale voorstelling van een huis te ontsnappen. Het meest krachtige gevoel is de leegheid van de galerij, met het huis in het midden gecentreerd. Deze leegheid maakt de kijker bewust van de galerij zelf en brengt deze in vraag. Hoewel het grootste deel van het werk nooit ontsnapt aan de patriarchale hiërarchie van Komeman’s Home-concept, wordt de kijker zich bewust van hoe werken in deze openbare ruimte opnieuw worden gecontextualiseerd. In Een Bleek Huis bestaat het potentieel om visuele beelden in een transgressieve context te presenteren, zodat de kijkerinteractie maximaal is en het werk het concept overneemt. In plaats daarvan wordt deze show een ander voorbeeld van wanneer het concept een precedent heeft boven het visuele beeld waarmee de kijker moet onderhandelen.